Ons tafellied


Met kerstmis hadden we vroeger thuis een speciaal tafellied. Mijn broers en zussen zullen zich dat nog zeker kunnen herinneren. Het tafellied werd altijd tegen bedtijd gezongen. De kaarsen in de kerstboom (echte kaarsen, welteverstaan) werden dan door Pap aangestoken. Dan kreeg ieder ook een kaarsje in z’n handen, want daar draaide alles om. Vervolgens ging de grote kamerlamp uit en het zingen van het tafellied kon beginnen. Voor de allerkleinste onder ons was het altijd een beetje onwennig. Ze moesten immers die brandende kaars goed vasthouden en dan ook nog voorzichtig om die tafel lopen, zeker wanneer ze de hoek van de tafel passeerden. Dan maakten ze een grote bocht er omheen ondanks dat het een rechthoekig tafel was. Ja, ze hadden er de handen vol aan, maar het was wel heel bijzonder om naar dat lichtje van die kaars te kijken en dan ook nog met hart en ziel luid mee te zingen. Mam en Pap zongen natuurlijk ook mee en hielden tevens een oogje in het zeil, zodat alles veilig en wel verliep. Het lied werd dan een paar keer achter elkaar gezongen en dan moesten de kaarsen worden uitgeblazen. Dat ging op tourbeurt. Ieder wachtte netjes af totdat zijn naam genoemd werd. De tekst hieronder (helaas zonder muziek) geeft een beetje aan hoe het toen ging en is er kan er een voorstelling van maken.

’t Is kinderbedtijd, roept vader vooruit
de kaarsjes die moeten nu uit.
Wie heeft er de beurt om te blazen vandaag,
Dat is onze (Hansje-Marijke-Annie-Leike-Bep-Thea-Adje-Riny-Henk-Mam-Pap )
die doet dat zo graag.
Fuut fuut, fuut fuut, fuuut, nu blaast hij/zij zijn/haar kaarsje mooi uit.

Dit tafereel heeft zich in de volgende generatie toen voortgezet.

Riny

Thea en Fien van ome Sjeng en tante Berb.

Ik ben vandaag in 't bezit gekomen van deze jeugdfoto. Waarschijnlijk genomen begin 40-er jaren. Links Thea en rechts Fien. Tante Berb is 1936 gestorven. Als jullie bezwaar hebben tegen het plaatsen, laat 't even weten, dan verwijder ik hem.

Het was gewoon pech hebben!




Tegenwoordig hoor je steeds vaker over de legionellabacterie, een bacterie die de mens via inademing binnen kan krijgen en heel ziek kan maken (veteranenziekte genoemd) soms met zelfs de dood tot gevolg. Het zal je maar overkomen. Zo kan men ook te maken krijgen met verkeerde bacterie of schimmel die men via de voeding in het lijf krijgt en waar de darmen zich dan behoorlijk tegenop kunnen spelen. Het zou dan best kunnen, dat men te maken heeft met een voedselvergiftiging. Dit overkwam onze familie in 1984. Ik zal het in ieder geval nooit vergeten. Het was nota bene op de dag dat mam & Pap hun 40e huwelijksfeest vierden. De dag begon met een oriëntatietocht die wij, de kinderen in elkaar hadden gezet. Halverwege de tocht hebben we ergens in een café koffie met vlaai genuttigd en zijn daarna weer de auto’s ingestapt verder gaan toeren. Na een hele poos getoerd te hebben landden we bij het restaurant aan, waar we gereserveerd hadden. Hier hebben we heerlijk gesmuld van al het lekkers wat ons werd voorgeschoteld. Na ongeveer 2 uur getafeld te hebben gingen we weer naar huis. De avond deed zijn intrede. Het bier, de wijn en de diverse frisdranken werden voor de dag gehaald en konden we toasten op het bronzen huwelijkspaar oos Mam&Pap. De chips voor de kinderen, de kaasplank met diverse kaassoorten voor de ouderen werd op tafel gezet. Het smaakte verrukkelijk, tot op een geven moment een van de grotere zich niet helemaal lekker voelde. En al gauw melde zich de tweede al. Zou er iets mis zijn met dat eten in dat restaurant?, vroegen wij ons af. Hoe komen we daar nu achter? Enfin, de uren gingen stilletjes voorbij en het bleef bij twee familieleden die in een heel korte tijd het toilet bezocht hadden. Het kan altijd wel eens voorkomen dat mensen, iets niet kunnen verdragen of misschien hun dag niet hebben, dus werd er niet meer zoveel aandacht aan geschonken. Maar dat pakte anders uit. De dag erna meldden zich nog meer slachtoffers. Van alle kanten kwamen de telefoontjes van familieleden die zich ziek voelden dat gepaard ging met vooral buikpijn en diaree en bovendien zich erg gammel voelen. We vertrouwden toch nog steeds dat met het eten in dat restaurant niks mis was, maar wat was dan de oorzaak? Ineens ging ons een lichtje branden en vroegen we ons af: Zou het misschien aan de Franse kaas gelegen kunnen hebben? Ik ben toen gaan bellen en volgens de kaasverkoper was er niks mee aan de hand..Ook had hij geen verdere klachten van klanten gehoord over de Franse kaas. We hadden echter maar een heel klein stukje ingekocht, maar dat zegt verder niets. En warempel, een paar dagen later was het op het journaal. Er was namelijk een Brie (Franse kaas dus) in omloop (vermeldde de nieuwslezer) waar een verkeerde bacterie in zat en die bacterie had een duizenden mensen in Nederland een voedselvergiftiging bezorgd. En daar hoorden onze familie ook bij. Na een aantal weken was gelukkig iedereen weer boven jan. Wat zo’n klein stukje kaas toch teweeg kan brengen. Het was gewoon pech hebben.

Riny

Moearemoos!



Vroeger stond op 6 december (bij ons thuis) altijd “Moearemoos” (is wortelstamp) op het menu.

Op 5 december sinterklaasavond mochten wij net zoals wellicht toen in elk gezin gebeurde, “de tijer” (is het bord) klaarzetten; zo heette dat in oos mooderstaal. Op deze tijer lag dan een moear (is winterwortel) en een snee zwartbrood voor het paard. Maar wat voor ons het allerbelangrijkste was, was wel “het verlanglijstje” voorzien met je naam en hetgeen wat je zo graag van die goed-heilige-man de Sint wilde krijgen. De wensen varieerden van trapauto tot voetbal, van autoped tot kleurpotloden.

Ons Pap en Mam lieten wel doorschemeren, dat de Sint zeker niet alles kon brengen wat je vroeg en dat we daar wel degelijk rekening mee moesten houden, want er waren immers nog zoveel andere kinderen die hij wat moest brengen. Maar toch, heel stiekem dacht je bij jezelf, hoe kan mam en pap dat nou toch weten, de Sint beslist toch wat hij wil geven.

Volverwachting klopten onze harten. Van slapen kwam die nacht tevoren dan ook niet veel terecht, ook al omdat je telkens dacht het paard met de Sint op het dak te horen. In alle vroegte stonden we ook dan naast ons bed en kregen we gelukkig toestemming naar beneden te gaan. Een pracht van een trapauto waar we met z’n vieren in konden, stond daar zomaar in de kamer (die, wat later bleek, door Pap samen met de buurman, van een oude fiets was gemaakt). En een autoped die leek dezelfde dan we hadden, maar die we ook al een hele tijd kwijt waren, maar dan wel in een heel andere kleur. Wat een feest, wat een verrassing. Je kon je ogen niet geloven. Van ontbijten was geen sprake, daar was gewoonweg ook geen tijd voor, en vergaten dat maar. Trouwens de kamervloer lag bezaaid met “apeneutjes “ (zijn pinda’s) en daar hadden we meer als genoeg aan.

En dan ’s avonds stond “ut maoremoos” op het menu, dit hoorde wel bij de tijd van het jaar, maar één ding wisten we niet, het was gemaakt van de maore die wij op de tijer hadden klaargelegd voor het paard van Sinterklaas. Ja. zo ging dat vroeger.

Deze traditie heeft mijn broer Lei later met zijn gezin voortgezet en mam en pap werden daarbij uitgenodigd.

Riny

Boerenmoes.


Het is 17 december 1975. Ons dochter Fenny komt 's avonds uit bed met "mam ik heb zo'n buikpijn". Ik schrik me een aap en ik denk, "dat kan toch niet". We hadden van de buurvrouw boerenmoes gekregen, want zij aten het niet meer, "dat spul ligt me veel te zwaar op de maag," zei ze. Ik was blij met de groenten en maakte een lekkere stamppot. Smikkel, smikkel. Lekkere worst en veel saus erbij. En daar komt me die Fenny (ze is acht jaar) om een uur of acht met een wit gezichtje de trap af . Dat is de boerenmoes potverdrie is mijn eerste gedachte. Ik maak een papje zuiveringszout en Fenny slikt het braaf naar binnen. Daarna weer lekker onderstoppen en slapen maar. Dat doet ze ook. 's Morgens weer gewoon naar school, maar om een uur of tien komt ze naar huis met opnieuw buikpijn. Dat is toch een hele zware boerenmoes denk ik, maar ik vertrouw het niet. Fenny wordt achter op de fiets gezet en we gaan naar de huisarts in Asten (niks afspraak, gewoon naar de dokter). De dokter luistert naar mijn verhaal en doet een onderzoek. Wat zijn ze toch kwetsbaar als ze ziek zijn. De dokter denkt aan heel iets anders. Hij denkt aan blinde darm.
We worden naar huis gestuurd met de boodschap "nog even afwachten". Je moet maar thuis blijven, niet naar school gaan en om vier uur terug komen. Mocht het dan niet verbeterd zijn, dan stuur ik je naar het ziekenhuis. Thuisgekomen pak ik haar koffertje in, want mijn gevoel zegt, dat het een opname wordt. Piet kan ik niet bereiken en ik organiseer vervoer via een andere buurvrouw, die wel een auto ter beschikking heeft, indien het nodig mocht zijn. Ook Jantony moet opgevangen worden. Mijn gevoel bleek te kloppen.. We koersen met de buurvrouw naar Deurne. Die gaat dan weer naar huis en ik wacht op Piet, die ik dan wel inmiddels heb kunnen bellen. Als hij arriveert zie ik een totaal ontredderde man met een spierwit gezicht. Fenny heeft inmiddels een betere kleur gekregen en is blij met haar pappa. Fenny wordt geopereerd en alles verloopt naar wens. Ze heeft zelfs nog een lotgenootje en samen gaat het prima daar in het ziekenhuis. Niks de hele dag komen, nee hoor alleen tijdens het bezoekuur op bezoek komen.
Op 27 december komt ze naar huis. Fenny is weer helemaal gezond, maar wel een litteken rijker. De buurvrouw van de boerenmoes is ook helemaal opgelucht en we eten een week later met een gerust hart boerenmoes
.
Anny

Met z’n allen gezellig rondom de keukentafel!

We leven al weer 2 weken in de maand oktober 2006. Gaat het jullie ook allemaal zo vlug? Nou mij in ieder geval wel. Wat vliegt de tijd. De zomer 2006 die nu achter ons ligt, heeft ons warmte maar ook soms flinke hitte bezorgd en van kou en nattigheid zijn we ook niet bespaard gebleven. Nu maar afwachten wat de “ herfst” ons te bieden heeft. De natuur krijgt sowieso, tenminste daar gaan we toch vanuit, weer een andere uitstraling. De bladeren van de bomen en struiken zullen weer zoals altijd, het aanschouwen waard zijn. De bomen in mijn achtertuin laten het al heel duidelijk zien. Het zonlicht doet er nog een portie bovenop en maakt het aangezicht nog mooier.
Ook het straatbeeld zal ongetwijfeld gaan veranderen. De terrasjes maken plaatst voor een gezellig zitje binnenshuis want daar het wordt langzamerhand aangenamer. En omdat de duisternis eerder zijn intrede doet, zullen de huiskamergordijnen hier en daar ook vroeger worden dichtgeschoven, anders zit men zo in een etalage van buitenaf gezien en dat neemt toch een stukje privacy weg. En het voorraadje openhaard hout ligt waarschijnlijk te wachten om aangestookt te worden, voor diegene die een openhaard bezit en ga zo maar door.
Hoe ging dat vroeger eigenlijk?
In dat jaargetijde zaten we ’s avonds meestal met z’n allen gezellig rondom de keukentafel. De keuken in volle licht want schemeren nee, dat deden toen nog niet. Een mandje met appels, die pap tevoren uit de kelder vandaan had gehaald stond op de tafel. Ieder die een aardappelmesje kon en mocht hanteren schilde een appeltje en zorgde dat ook maar niemand iets tekort kwam.

Mam had meestal een hele berg kapotte sokken voor zich liggen, die dus nodig gestopt moesten worden. Ik moest, als oudste dochter, vaker meehelpen. Ik vond het maar een rotkarwei. Maar ja, als je flink doorwerkte zag wel die berg slinken en dat maakte heel veel goed en viel dat vervelende stopwerk uiteindelijk toch wel mee.Van televisie kijken was geen sprake, die bestond voor ons toen natuurlijk nog niet maar, daarvoor in de plaats was de radio een belangrijk en onmisbaar ding. De ouderen onder zullen het zich beslist nog kunnen herinneren. De hoorspelen die je toen kon volgen. Heel knap, vond ik het altijd, hoe ze dat klaarspeelden. Het horen van de donder, de regen, het horen lopen door de sneeuw of de keldertrap aflopen. Ze waren allemaal heel duidelijk te horen. Je kon er precies een beeld van vormen waar of je je ergens bevond, zonder iets te kunnen zien van het spel. Het heette natuurlijk niet voor niets “hoorspel”.
Ja, gezellig was het rondom de keukentafel.

Riny

De sjromp maakte plaats voor de elektrische wasmachine.

Dat moet vroeger toch een heel gedoe zijn geweest maar, men wist natuurlijk niet beter. Wij kunnen dat heden ten dagen bijna niet goed voorstellen dat de huisvrouw vroeger de vuile was met de hand moest schoonwrijven op een sjromp. Een onmisbaar hulpstuk toentertijd. Later kwam de kookketel, de tang, de mangel en de stamper in omloop die de wasdag voor de huisvrouw toch iets minder zwaar maakte. Ik denk dat men toen ook niet zoveel was zal hebben gehad, of er misschien extra zuinig meer om ging. Het ondergoed, het beddengoed, de handdoeken etc. werden waarschijnlijk ook minder vaak gewisseld voor schoon, want anders zouden ze toch dag en nacht bezig moeten zijn, alleen al met de was, zou ik zeggen.

Ik kan me ook nog heel goed herinneren, dat wij bij ons thuis in de eerste wasmachine kregen. Het was een houten ton met een motor eronder die je zo kon zien (dus niet verborgen, zoals we dat tegenwoordig kennen) en die je met stroom in beweging kreeg. Boven op de rand van de ton was een wring gemonteerd en die ging ook op elektrisch. Een grote vooruitgang dus. Er zat zelfs een beveiliging op en dat was maar goed ook, anders was het minder goed afgelopen met mijn broer Ad. Hij was altijd op avontuur uit en nieuwsgierig. Zo wilde hij ook graag weten hoe de wring werkte wanneer hij zijn hand er door zou steken. Daar kwam hij gauw genoeg achter. De wring nam zijn hand mee tot aan zijn bovenarm en toen blokkeerde dat ding gelukkig. Zo wist ie voortaan, dat hij daar van af moest blijven en dat de wring alleen voor “de was” bedoeld was. Maar ook dit soort wasmachines behoren nu tot het verleden. Men hoeft men alleen nog maar een knop in te drukken en de rest gaat vanzelf. Wat zijn we toch een verwend volkje geworden. Maar daar tegenover hebben we wel meer tijd voor andere dingen.

Riny