Het moet een vreemde zijn geweest.



Toen mam nog in de aanleunwoning woonde heeft ze, zonder dat zij wist inbrekersbezoek gehad. Het gebeurde namelijk tijdens haar verblijf in het ziekenhuis. Wij, de kinderen, hadden met elkaar afgesproken, dat we zo nu en dan haar huis zouden binnenlopen, voor het verzorgen van de post, planten etc. maar, ook om haar dierbare spullen een beetje in de gaten te houden. Het ging allemaal goed, tenminste dat dachten we. Tot we op een morgen ontdekte dat het slot van de achterdeur geforceerd was. Het moest een vreemde zijn geweest die daar door naar binnen was gekomen, want normaliter kwam elke bezoeker via de voordeur naar binnen. Het was een heel nare gewaarwording. We zochten het huis af of we misschien iets mistten en ja hoor, haar gouden sieraden waren uit het kistje verdwenen. Met deze boodschap zijn we naar mam in het ziekenhuis gegaan om het haar maar te vertellen. Ja, de angst zat er bij haar naderhand behoorlijk in. We hebben ook aangifte gedaan bij de politie en de recherche heeft de zaak onderzocht. Toch heeft het niets opgeleverd behalve het slot van de achterdeur is toen extra beveiligd geworden en tevens ook bij de rest van de aanleunwoningen. Dat was een heel geruststelling dus. Het heeft wel een hele tijd geduurd eer mam haar inbrekersangst was overwonnen. Toch kon ze spreken van een geluk bij een ongeluk, namelijk dat ze toen op die bewuste dag/nacht in het ziekenhuis lag.

Riny

Dae auto van Tante Mie oet Heytse.


.
Ich kan mig nog herinnere de auto van Tante Mie, dao hub ich zelfs in gezaete, 52 jaor gelaeje mit de gouw broelof van Opa en Oma van de Laak zoeë neumdje wae haor det waas om presies te zeen 7-10-1954 ich waas toen 5 jaor. Het waas namelik zoeë Tante Mie en Ome Wiel oet Heytse haaije ein stoum en ververie,waat zes daag in de waek oape waas. Ze mooste eave good nao haor klantje de gestoumdje kleijer teruuk bringe fieest of geen fieest, zoeë gezagjd zoeë gedaon, ze moost nao Heldje langs het kanaal de noordervaart, wat dach ze, det waas kaasje. Aangezeen det wae thoes noeëts eine auto hubbe gehadj. En Tante Mie die altied vaor ein grapje waas, zoong den knoerhel in de wage van hou de moed erin, det ich toen vroog, kinjt gae rieje en zinge same? Jao zag ze zinge duis met de moondj een stuure mit dien henj .Kiek ,mer ich zoot achterin, er woore nog gein gordels ich keek euver haor sjouwers en toen begoos ze te slingere. Het sjildje neet veul of wae laage mit auto en alles in het kanaal wea hubbe gelök gehadj mit ooze ingel bewaarder, det zooj ze mig nog altied oetligge weam det waas, dit wis ig nog neet mit mien 5 jaor. Maar op dae truukweag is niks mieer gezoonge of gekaldj . En toen wae weer thoees woore zag ze, niks vertelle waat ter bienao gebeurdj is en ig hub dit nemes gezagdj al weardje ich de SNEBBEL geneumdj. Maar ich kroop noeëts mieer bie haor in de auto Joamer det ig de oetlig van de ingelbewaarder noeëts mieer van haor heb gehuurdj.





Thea van Bair en Mie mit 9 kinjer op ein rie oet Roggel

Twee keer "Overgooiers"

Overgooier 1.


Een van onze buurkinderen kwam op een zomerdag bij ons thuis achterom spelen. Dat was niets bijzonders. Maar wat wel bijzonder was, die buurjongen moest altijd iets uitgespookt hebben voordat hij weer wegging. Op een gegeven moment kwam ik vanuit de achterdeur naar buiten gelopen en zag dat ie in een plastic bekertje plaste, wat hij achterom gevonden had. Ik vroeg in gauwigheid aan hem: “wat ben jij aan het doen”? Nog voordat hij mij antwoord gaf, gooide hij het bekertje met de inhoud over de schutting van ons en de buren. Het toeval deed zich voor, dat de buurman precies op dat moment achter die schutting stond en kreeg de inhoud van dat bekertje over zich heen. Ik hoorde de hem roepen: “Zègk Mia, hoe kome die kinjer aan det werm water”? Nou ik had hem dat antwoord wel kunnen geven, maar ik heb mijn mond gehouden. We hebben er later nog heel vaak om moeten lachen.

Riny


.
Overgooier 2.

Van een kamergordijn een paar overgooiers maken. Wie komt op zo’n idee?

Ja ik dus. Voor de grote huiskamerraam, het huis waar ook mijn Opa en Oma Kierkels vroeger in gewoond hadden, hing een gordijn dat gemaakt was van een mooi goudkleurig mohairstofje. Misschien dat iemand van de familie zich dat nog kan herinneren. Ik had dat stofje al heel vaak bekeken en bevoeld en telkens kwamen bij mij de gedachten op, om van die grote lap iets anders te maken. Het was al lang genoeg een gordijn geweest. Ik dacht dus aan iets leuks om aan te trekken. Iets leuks voor mijn vier zussen en voor mezelf. Ja zoveel stof zat er aan. Verschillende keren had ik mam al eens aangekeken en gevraagd, wat zij van mijn idee vond. Zij moest er toch nog over nadenken en trouwens ook met pap over hebben, want als dit doorging dan moest er weer iets anders voor het raam komen te hangen en dat kostte een paar centjes. Ja, dat was me wel duidelijk. Geduldig maar stiekem ook een beetje ongeduldig, wachtte ik haar antwoord af. Op een gegeven moment zei ze dat zij en pap het goedkeurden. Ik natuurlijk héél blij dat ik eindelijk aan mijn lang verwachte karwij kon beginnen. Ja, het werden een paar mooie overgooiers, waaronder we een witte bloes droegen. Dat was wel nodig anders kriebelde het zo alle kanten. Jammer dat we er geen foto van hebben gemaakt, van groot tot klein eenzelfde outfit.

Riny